Het einde van het referendum in Nederland

Wikimedia Commons

Morgen stemt de Tweede Kamer over een intrekkingswet van het kabinet betreffende de afschaffing van het raadgevend referendum. Gisteren vond hier een debat over plaats, wat een vervolg was op een eerder gestaakt debat. Dit gebeurde omdat de oppositie juridisch advies wilde van de Raad van State over het regelen van het feit dat er geen referendum hoeft te worden gehouden over de afschaffingswet in kwestie. De Raad van State heeft duidelijkheid verschaft door aan te geven dat dit inderdaad mogelijk is. Dit komt doordat “de wetgever eerdere wetten kan intrekken of met terugwerkende kracht kan laten ingaan”, luidt het oordeel van de Raad. Hierdoor zijn wetten uit het verleden niet belangrijker dan wat de Eerste en Tweede Kamer nu vinden.

De oppositie vindt namelijk dat er over het afschaffen van het referendum juist een referendum moet worden gehouden. De redenering van minister Ollogren van Binnenlandse Zaken, die over de afschaffingswet gaat, is echter dat bij het akkoord gaan van de Kamer de wet meteen in werking treedt en een referendum dus niet meer nodig én mogelijk is volgens de Nederlandse wet. Het debat dat werd gevoerd was zeer vel en de Kamervoorzitter moest bij het vervolg de Kamer er zelfs aan herinneren dat Ollogren aanwezig was in haar functie als minister. Dit kwam doordat zij gedurende het debat persoonlijk werd aangevallen en aangesproken alsof zij enkel deel uitmaakte van de VVD en niet van het kabinet. Het voornaamste argument van de oppositie tegen de afschaffing luidt dat het afschaffen een stap terug is voor de democratie in Nederland. Hier werd door sommige Kamerleden ook zeer symbolisch mee omgegaan. Zo verscheen er een kamerlid in zijn begrafenispak. Het standpunt van het kabinet is echter dat een raadgevend referendum verkeerde verwachtingen wekt bij de bevolking waaraan niet kan worden voldaan. Een kabinet is namelijk niet wettelijk verplicht om iets met de uitslag te doen. Daardoor zou het meer geld en moeite kunnen kosten dan dat het waarde heeft, kijkend naar de lage opkomst van het laatste referendum. De oppositie beticht het kabinet ervan bang te zijn na de uitslag van het laatste referendum en er alleen een referendum te willen als de uitslag in lijn valt met hun verwachtingen. Na twee felle debatten is de positie van het kabinet niet veranderd en lijkt het er dus op dat de afschaffingswet morgen zal worden aangenomen, hiermee een einde brengend aan het raadgevend referendum in Nederland. Het zal echter wel spannend worden doordat het kabinet maar één zetel meerderheid heeft in zowel de Tweede als Eerste kamer. Aangezien bijna de volledige oppositie tegen lijkt te zijn zal de stemming waarschijnlijk zeer nipt worden. 

Door: Jorin Wassenaar
Foto: Wikimedia Commons 2018

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *