Democratie in het klein: Medezeggenschap op de UvA en het referendum

Medezeggenschap op de universiteit, bestaat dat? In min of meerdere mate, ja. Iedere bachelor- en masteropleiding heeft een eigen Opleidingscommissie (OLC) waar je terecht kunt voor klachten als je ontevreden bent over het onderwijs. Daarnaast zorgt de OLC er voor dat docenten wat doen met de feedback uit de vakevaluaties. Toch is er  grote kans dat je nooit wat te maken krijgt met de OLC. De meeste studenten komen pas in aanraking met medezeggenschap wanneer de verkiezingen voor de Facultaire Studentenraden (FSR) en de Universitaire Studentenraad (USR) aan de gang zijn. Zodra je het gebouw binnenstapt word je belaagd door studenten die jouw stem willen. Om dit te bereiken deinzen ze niet terug om popcorn of ijsjes uit te delen. Voor velen gaat de medezeggenschap op de universiteit tot aan hier.

De OLC, de FSR’en, en de USR zijn mooi en alles -beter dan geen inspraak hebben- maar het zwaartepunt ligt bij het College van Bestuur (CvB). Dit orgaan neemt de beslissingen, bepaalt het beleid, en geeft aan de lagere bestuurslagen door wat ze moeten doen. Daar kunnen een paar werkgroepen niet heel veel tegen doen.

Kan het echter niet een stapje verder? Kunnen studenten, medewerkers, en onderzoekers niet zelf (deels) het reilen en zeilen bepalen van de universiteit? Of is het zoals het nu gaat prima? Dit was exact waar het referendum op de UvA van onlangs over ging. Naar aanleiding van de reeks protesten (de bezettingen van het Bungehuis en het Maagdenhuis) van vorig jaar is er een commissie in het leven geroepen om te onderzoeken of er behoefte is aan democratisering op de universiteit. Leeft de democratie onder de studenten en medewerkers? Of houdt het CvB de boel goed op orde?

Om dit te peilen organiseerde de commissie Democratisering & Decentralisering van de UvA een referendum voor iedereen die nu studeert aan of werkt op de binnenstadse universiteit. Iedereen die op dit moment betrokken is bij de UvA heeft een mail gekregen met een link naar het referendum (met het format van een vragenlijst) waarin een aantal situaties en stellingen worden besproken.

Dit referendum heeft drie belangrijke componenten. Ten eerste stelt het voor om een permanent forum, een Senaat “Nieuwe Stijl”, in het leven te roepen voor iedereen op de UvA. De huidige Senaat bestaat uit twaalf hoogleraren die gevraagd en ongevraagd advies geven aan het CvB over het wetenschaps- en onderwijsbeleid, en het studenten- en personeelbeleid. Zo’n club van oudgedienden hoeft natuurlijk niks mis mee te zijn: mensen met verstand van zaken zijn nou eenmaal gewild voor zulke op inhoud gerichte posities. Dit kan echter wel ten koste gaan van de diversiteit aan ideeën en vakkundigheid die mensen op lagere posities in de academische hiërarchie hebben. Ik denk dat het daarom beter is om de club van twaalf om te toveren in een Senaat Nieuwe Stijl, opdat het advies van de Senaat beter de diversiteit van de universiteit weerspiegelt.

Het tweede deel van het referendum gaat over een charter waarin kernwaarden van de UvA worden vastgelegd. Het idee is dat waarden die officieel zijn vastgelegd minder vrijblijvend zijn, en dat de waarden daardoor beter worden nageleefd. Waarden die in het charter staan zijn onder andere de nadruk op gelijkwaardige discussie, autonomie van werknemers, en inspraak op alle niveaus. Volgens mij is zo’n charter een mooi idee, maar er is wel het gevaar dat het puur symbolisch is: Ik zeg A maar doe B. Daarnaast kan het ook, net als alle documenten, op verschillende manieren geïnterpreteerd worden. Meer autonomie voor de onderzoeker of student is een mooi idee, maar het kan ook managementjargon zijn wat staat voor: administratieve taken worden overgewimpeld op veelal stafleden die hier niet extra voor worden betaald. Het charter kan mooi zijn, maar er moet wel kritisch gekeken naar de inhoud en de toepassing van de waarden die er in staan.

Tenslotte worden er verschillende voorstellen gedaan voor een nieuw bestuursmodel voor de UvA. Zo is er het blauwe model, dat inhoudt dat vrijwel niks verandert aan het bestuur van de UvA. Het CvB blijft alles top-down dicteren, met hier en daar wat inspraak middels een OLC, FSR, en USR. Helemaal aan de andere kant staat het groene model waarbij de medewerkers en studenten de gang van zaken zelf regelen in gekozen raden op zowel centraal als facultair niveau: de nadruk ligt op bottom-up beleid. In het gele model staat participatie centraal. Dit model komt erg overeen met het groene model, maar de organisatie werkt meer als een representatieve democratie. In plaats van de medewerkers en studenten worden de (semi-)fulltime raden eindverantwoordelijk voor het beleid. De studenten en medewerkers hebben hierdoor tijd om zich te blijven richten op hun gewone taken, terwijl de studenten en medewerkers in de raden bezig zijn met het beleid. Verder is er ook nog het oranje model, wat een soort mengvorm is tussen het blauwe en het gele model. Hier blijven de huidige bestuurders beleid bepalen, maar hebben de ondernemingsraden en de studentenraden een bijsturende rol. Deze raden kunnen ook zelf beleid voorstellen.

Het autoritaire, blauwe model was onder andere de reden dat er protesten waren. Wat extra inspraak à la het oranje model zal hier waarschijnlijk weinig aan veranderen. Dan blijven het gele en het groene model over. Het groene model klinkt heel erg mooi, maar dit kan wel extra werkdruk betekenen voor al overwerkte onderzoekers. Daarom zou ik pleiten voor het gele model, waarin gekozen mensen vrij worden gesteld om zich te richten op beleid, mits het niet een top-down model wordt op microniveau. Want anders verandert er niks behalve het niveau waartegen geprotesteerd wordt.

Mooi dat de UvA aan het democratiseren is, maar wat heeft de VU-student daar aan? Zo direct vrij weinig. Maar het kan wel een precedent vormen voor een mogelijke democratiseringsbeweging op de Vrije Universiteit. Want waarom zouden we alleen inspraak willen in de politiek? Voor studenten is medezeggenschap over het reilen en zeilen op onze universiteiten minstens net zo belangrijk als hoe het er in de economie en de maatschappij aan toe gaat.

Dit artikel is geschreven door Politeia-redacteur Peter Bruning. 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *