Waarom ik de Brexit steun

Wie had gehoopt dat ik hier in enkele zinnen iets zou gaan zeggen over ‘luie rotmigranten’ en ‘die klootzakken in Brussel’, moet ik helaas teleurstellen. Hetzelfde geldt voor mensen die wellicht hadden verwacht dat ik Brexit zou steunen, opdat we eindelijk af zijn van ‘those ghastly British’, die de hele tijd dwarsliggen.

Ik heb het moeilijk gevonden om op Facebook te zetten dat ik naar Londen ben gekomen om campagne te voeren voor Brexit. In Nederland geldt het als not done om moeite te hebben met de EU, vooral in de kringen waarin ik mij bevind: jonge, hoogopgeleide mensen die opgegroeid zijn met de EU en low-cost airlines, voor wie Londen, Parijs en Berlijn waarschijnlijk vertrouwder zijn dan Hengelo, Leeuwarden en Heerlen. Euroscepticisme is iets dat voorbehouden is aan doorgedraaide socialisten en xenophobe extremisten.

Hoe verschillend is de situatie in het Verenigd Koninkrijk. Hier zijn er vele respectabele politici en niet-politici die een Brexit steunen. Daniel Hannan, Boris Johnson (Conservative), Kate Hoey en Graham Stringer (Labour) onder de politici, Keira Knightley en John Cleese (‘The EU is the Ministry of Silly Laws’) onder niet-politici. Misschien heeft het er iets mee te maken dat voor de Britten Europese eenmaking (‘Ever Closer Union’) nooit een ideaal op zich is geweest. Hier heeft de EU nooit symbool gestaan voor een groots ideaal. Voor Duitsland, Frankrijk, Italië, België, Nederland en Luxemburg, de founding fathers, stond het Europees project symbool voor vrede na de Tweede Wereldoorlog. Voor Zuid- en Oost Europese landen stond het symbool voor democratie, welvaart en de terugkeer naar de Europese beschaving, nadat zij bevrijd waren van hun dictators. De Britten hebben geen dictators gehad in de afgelopen eeuwen, en hebben evenmin een trauma van de twee Wereldoorlogen. Voor hen is het opgegeven van absolute controle over hun land een slechte zaak, die hooguit kan worden gerechtvaardigd door grotere voordelen op economisch vlak. Wat mij betreft, een gezonde visie, en ik zal proberen uit te leggen, waarom de balans mijns inziens negatief uitvalt.

Te beginnen met democratie. Democratie is meer dan eens in de vier jaar naar de stembus gaan. Zoals elke politicoloog in zijn eerste jaar leert, vereist democratisch bestuur ook enige responsiviteit. Met andere woorden, politici die zich voortdurend moeten verantwoorden via de media, en als ‘het volk’ het niet pikt, wordt de koers gewijzigd. Een mooi voorbeeld hiervan is de introductie van de inkomensafhankelijke zorgverzekering in de eerste maanden van Rutte II. De maatregel werd aangekondigd, de media begonnen te rekenen, en publiceerden cijfers wat dit sommige inkomensgroepen zou gaan kosten. Er ontstond protest, het plan ging van tafel. Vertel, hoe vaak heb je iets gehoord van Europese wetgeving? Nee, niet verdragen, niet de leningen aan Griekenland, niet de zaken die nationale regeringen met elkaar regelen. De wetgeving rond de gemeenschappelijke markt, het gemeenschappelijk landbouwbeleid, het gemeenschappelijk visbeleid, het gemeenschappelijk energiebeleid, etc. Zelden tot nooit, neem ik maar even aan. Wie weet dat de accountants van de EU nu al 20 jaar de realisaties van de Europese begrotingen niet hebben goedgekeurd, omdat elk jaar van meer dan 3,5% (het streefcijfer) van het geld, de bestemming niet kan worden achterhaald? De media hebben een cruciale taak om politici ter verantwoording te roepen, en op de één of andere manier lukt het niet. Dit terwijl de belangen groot genoeg zijn. Ongeveer de helft van onze wetgeving komt uit Brussel, en de Europese begroting (exclusief het noodfonds) bedraagt dit jaar bijna 300 miljard euro.

Maar democratie vereist ook de mogelijkheid tot publiek debat, en ook dat is afwezig. Wij lezen allemaal onze eigen nationale kranten, kijken naar nationale tv debatten, enzovoort. Binnen dit nationale kader ontstaat verschil van mening, maar ook consensus, en die consensus ligt vaak radicaal anders. In Nederland zijn we het er min of meer over eens dat onderwijs (bijna) gratis moet zijn, dat de gezondheidszorg via private verzekeraars is geregeld, dat de NS als staatsonderneming onze InterCity’s rijdt, dat je bij ontslag gedurende een bepaalde periode ongeveer driekwart van je salaris als WW-uitkering ontvangt. Kom daar in Londen maar eens mee. Labour en Conservatives zijn het erover eens dat er met dure privé scholen weinig mis is, zelfs de meest overtuigde vrije-markt profeten zweren bij de staatsgeleide National Health Service, openbaar vervoer is volledig geprivatiseerd en als je wordt ontslagen kom je meteen in de bijstand; ik heb nog nooit iemand hier horen pleiten voor WW. In het kort, de wiskundige stelling Labour = PvdA = Parti Socialiste = Sozialdemokratische Partei Deutschlands gaat niet op. Ter rechterzijde, zelfde verhaal. Dit maakt publiek debat, en daarmee democratie zeer moeilijk te realiseren, en dan druk ik me voorzichtig uit.

Campagnevoerders voor Vote Leave
Campagnevoerders voor Vote Leave

Maar uiteindelijk gaat het ook om politieke loyaliteit. In een democratie ben je deel van een gemeenschap, die gezamenlijk bindende besluiten voor iedereen neemt. Er is enige loyaliteit aan die gemeenschap nodig om te accepteren dat er wetten worden aangenomen waar je het niet mee eens bent, en dat er geld gaat van rijk naar arm, van de ene regio naar de andere. In Griekenland zijn veel mensen verbolgen dat er bezuinigingen worden opgelegd door ‘het Noorden’, dus door mensen die zij niet beschouwen als deel van hun eigen gemeenschap. In het Noorden zijn er veel mensen verbolgen dat ‘’wij’’ moeten betalen voor de schulden die ‘’zij’’ in het Zuiden hebben gemaakt. Politici in het Noorden verantwoorden dat dan ook hooguit als eigen belang, maar nooit als natuurlijke solidariteit. Vergelijk dat eens met de grote geldstromen die binnen Nederland rond gaan. Ja, er zijn mensen die vinden dat arme mensen een minder ‘royale’ uitkering zouden moeten krijgen. Maar ik heb nog nooit iemand gehoord die klaagt over het feit dat ‘’wij’’ in de Randstad betalen voor ‘’zij’’ in Limburg of in Twente, of over het idee  dat de Nederlandse regering geen legitimiteit heeft in Overijssel omdat de PvdA en de VVD daar samen geen meerderheid van stemmen kregen. De Brit die zich net zo verbonden voelt met iemand uit Manchester als met iemand uit Lyon of Warschau, moet vooral Remain stemmen, maar ik betwijfel of het er veel zijn.

Tot zover een vrij abstracte discussie. Veel mensen interesseert het geen moer, en stemmen met het oog op de portemonnee. So let’s talk economics. De Britse economie is als volgt verdeeld. 80 procent van de economie is binnenlandse handel, 12 procent is gebaseerd op export naar non-EU landen, en 8 procent is export naar de rest van de EU. Na een eventuele Brexit wordt voorspeld dat de Britten geen goed handelsverdrag zouden krijgen, maar dit waag ik te betwijfelen, om twee redenen. Ten eerste verkoopt de EU meer aan het VK dan andersom, dus de EU heeft objectief gezien meer belang bij goede handelsrelaties. Maar nog belangrijker is dat de EU een vrij wankele onderhandelingspositie heeft. In grote delen van de Unie is economische groei nog altijd bijzonder laag. Een slechte deal met de Britten zou kunnen betekenen dat lage economische groei omslaat in negatieve groei, oftewel recessie. En dat kunnen de meeste politici op het continent niet bepaald gebruiken. Maar, toegegeven, op de korte termijn, tijdens de onderhandelingen, zou de export een tik kunnen krijgen door de ontstane onzekerheid.

Belangrijker is echter wat Brexit zou kunnen betekenen voor de overige 92% procent. Die moeten op het moment voldoen aan alle EU-wetgeving, terwijl dat deel van de economie niets met het continent te maken heeft. En dat heeft nadelen. Ten eerste is EU wetgeving, vanzelfsprekend, gemaakt voor de EU als geheel, en niet ‘tailor-made for Britain’. Op nationaal niveau geldt deze redenering al twee decennia als argument om macht binnenslands de decentraliseren. Gemeenten moeten zaken als zorg en de sociale zekerheid lokaal uitvoeren, om maatwerk te bieden. Wie deze redenering toepast op Europa, de EU is een one size fits none regeling, wordt echter weggezet als extremist. De EU wetten hebben ook een ander nadeel. Omdat de controlerende macht van de pers niet goed functioneert, kunnen lobbyisten veel invloed uitoefenen op nieuwe wetgeving, het publiek ziet en hoort er toch (bijna) nooit iets van. The proof of the pudding is in the eating. Er zijn 20.000 lobbyisten in Brussel, en die zouden daar niet zijn als er niets te halen was. Met als gevolg dat veel wetgeving uitvalt in het voordeel van grote bedrijven, die middels hun invloed proberen om hun kleinere concurrenten een hak te zetten. Zijn die bedrijven, lobbyisten en Eurocraten dan allemaal slecht en verdorven? Nee, als dat zo zou zijn, zou je ze er allemaal uit kunnen gooien en is het probleem verholpen. Het is het institutioneel kader dat tot deze situatie leidt.

Exporten naar niet-EU landen zouden juist kunnen groeien na een Brexit. Op het moment doet de EU alle handelsverdragen namens de EU als geheel. Voorstanders van Remain argumenteren dat het VK een sterkere onderhandelingspositie heeft in een groot Europees blok, en dus betere verdragen krijgt. Maar deze stelling gaat er vanuit dat dat Europees blok precies dezelfde belangen heeft als het VK individueel, en dat is vaak alles behalve waar. Ja, het Europees blok heeft meer macht, maar Groot-Britannië moet nu al inleveren op zijn eisen, vóórdat het met China of de VS in gesprek gaat. Neem als voorbeeld ISDS (voor mensen die niet weten wat dit is: zie Zondag met Lubach over TTIP). Deze clausule is ooit uitgevonden om Westerse bedrijven te beschermen als ze zaken doen in landen met een corrupte, dictatoriale overheid, want daar kan de rechtsgang niet vertrouwd worden. Als het VK een deal zou doen met Canada zou ISDS compleet overbodig zijn, maar de Canadezen willen, begrijpelijk, rechtsbescherming voor hun bedrijven als zij zaken doen in het veelal corrupte Oost Europa. In CETA (het Canadese zusje van TTIP) moest dus ISDS worden opgenomen. Het Verenigd Koninkrijk zou sneller, betere handelsverdragen sluiten met niet-EU landen na Brexit. Vergeet niet dat het VK vele economische, culturele en historische banden heeft met haar oude koloniën.

En dan natuurlijk migratie, het vulgaire thema dat de meesten associëren met deze campagne. Laat me beginnen met verduidelijken over welke migratie we het hebben, want niet elke migrant is hetzelfde, en niet elke vorm van migratie heeft hetzelfde effect. Ik denk niet dat er iemand moeite heeft met (Erasmus-)studenten, met gepensioneerden die in Cornwall hun oude dag willen doorbrengen, met de juppen die in de City willen komen werken, of met de verpleegsters die in de NHS werken, omdat er niet genoeg Britse verpleegsters zijn. Nee, het probleem zit hem in de laag- of niet-geschoolde migranten. Vaak genoeg worden mensen met zorgen over migratie afgeschilderd als xenophobe, bang voor alles wat vreemd is. Maar deze mensen zitten meestal aan de onderkant van de samenleving. In die positie, betekenen laaggeschoolde migranten simpelweg extra concurrentie voor slecht betaalde banen, voor betaalbare huurwoningen, voor schoolplekken, voor een afspraak in een ziekenhuis. Economen zijn er erg duidelijk over. Een hoge mate van laaggeschoolde migratie is slecht voor de working class, en goed voor de middle (en upper) class. Het is natuurlijk perfect legitiem om te zeggen: ‘’we zijn allemaal Europeanen, dus de Pool heeft net zoveel recht op een baan als jij, dus vecht het maar uit.’’ Het is echter inconsistent en hypocriet om te zeggen dat je de zorgen over migratie serieus neemt, maar er vervolgens niets aan doet. Na Brexit zouden de verpleegsters blijven komen, net zoals de studenten, de gepensioneerden, zij die in de City werken, en alle anderen die iets brengen waar de Britse economie zelf niet voldoende van produceert. Maar de onderkant van de samenleving zou worden beschermd.

Het spijt me ontzettend dat ik zij die een motivatie van mijn kant wilden heb opgezadeld met zo’n eindeloos stuk proza, maar ik vind het belangrijk om alle redeneringen zo ver mogelijk en zo genuanceerd mogelijk uit te schrijven. Ik ben trots op mijn Europese afkomst, en hou van Europa in al haar diversiteit. Ik spreek drie talen (bijna) vloeiend, kan de Ode aan de Vreugde in het Duits meezingen, maar omwille van al het bovenstaande moet ik zeggen:

EU? No Thanks.

Dit artikel is geschreven door Daniel Dekker, derdejaars student politicologie. Dit stuk werd eerder geplaatst op zijn blog ‘Daniel in London’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *