One nation, one people, one Singapore

Vanaf de dag dat ik mijn gordijnen opende en tot mijn verbazing het gebouw aan de overkant van de straat niet kon zien, heb ik (letterlijk en figuurlijk) een andere kant van de wereld gezien. Tot dan toe begonnen de dagen zonnig, en heel af en toe wat regen. Toen ik naar buiten liep realiseerde ik mij dat dit geen mist was, maar het effect van grootschalige bosbranden in Indonesië; haze. Het verbranden van bos om ruimte vrij te maken voor landbouw is een traditionele manier maar is de afgelopen jaren overgenomen door multinationals die graag grote palmolieplantages willen neerzetten en zich niet zoveel aantrekken van de natuur of bevolking. Met ruim 100.000 brandhaarden is Indonesië een van de grootste producten van carbondioxide (in het rijtje met geïndustrialiseerde landen zoals de VS en China). Een aantal van deze multinational is gevestigd in Singapore wat de relaties tussen de landen niet verbeterd. Singapore wilt dat Indonesië meer doet aan blussen van de haarden, terwijl Indonesië wilt dat Singapore de bedrijven aanpakt. Daarnaast spelen corruptie en de drang tot ontwikkeling ook een rol. En dat terwijl de gewone mens rondloopt in straten die net zo gezond zijn als het gemiddelde rokershok in een Amsterdams café. Ik heb er eerder weleens bij stil gestaan wat voor effect deze bosbranden hebben, het is toch anders als je het van dichtbij meemaakt.

Terug naar Singapore. Singapore zelf is te vergelijken met een, vooral schone, en goed georganiseerde wereldstad die qua inkomen vooral afhankelijk is van de wereldeconomie. Naast het CBD heeft bijna elke ethische groep een eigen wijk in de stad; China town, Little India, Kampong Glam (islamitisch) en zelfs Holland Village (waar veel expats wonen). Hoewel Singapore een mengelmoes van culturen is heeft het weldegelijk een eigen cultuur. Het land heeft 4 officiële talen van welke Engels het meest wordt gebruikt. Het Engels wat ze hier spreken heet Singlish, onverstaanbaar en afgekort Engels waarbij je willekeurige zinnen beëindigd met lah. Ook in het eten zie je de multiculturaliteit; eten gebeurt niet thuis, maar in een foodcourt (een soort openbare kantine) waar je voor een paar dollar iets haalt bij die Indiër, Japanner, Koreaan, Chinees of een van de andere wereldkeukens. Het is voor een westerling bijzonder om te zien wat de overheid doet om de mensen hier te verenigen tot een natie. Rond National Day (SG50) hoorde je overal patriottische muziek zoals; “one nation, one people, one Singapore”, “Stand up for Singapore” of “we are Singapore”. Wat tot verbazing wel elke etnische groep keurig mee kan zingen.

Voor een exchange student is het hier goed vertoeven, je zit binnen een paar uur in de meest Aziatische steden of ligt op tropische stranden. De campus is van alle luxe voorzien en omdat je hier samen bent met ongeveer 1000 andere exchange studenten heb je geen tijd om je te vervelen. Voor de locals ziet het er anders uit. Door snelle ontwikkeling is de concurrentie moordend. Als je als student geen straight A’s haalt, tenminste drie verschillende sporten beoefend en minstens twee commissies doet, stel je weinig voor. Het is dan ook logisch dat de sociale activiteiten afspelen rond het studeren en ze gemiddeld vijf uur per dag slapen. Het is een mate van competitiviteit waar wij luie Nederlandse studenten nog iets van kunnen leren.

Dit artikel is geschreven door Daan Verhorst

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *