Ruimtebeleving op uitwisseling: Gent.

Ik heb altijd geleefd in en rondom Amsterdam. En nu woon ik voor een half jaar in Gent. Geen nieuwe taal, geen ander klimaat, geen gemis aan goeie koffie. Ik heb dan ook geen last gehad van de zogeheten ‘cultuurshock’ die sommige collega-schrijvers van Politeia wel hebben gehad . Geen jetlag na een vlucht van 33 uur, geen annulering van een studentenwoning, geen ander exotisch landschap op een halfuurtje rijden en geen zee om de hoek. Ondanks dat er veel gekke inefficiënte regeltjes zijn in België (je mag bijvoorbeeld niet met iemand achterop fietsen, ik en en vriendin werden aangehouden alsof benen tussen de spaken nationale doodsoorzaak nummer 1 zijn), moet ik eerlijk toegeven dat Gent en ik elkaar prima aanvoelen en dat ik al veel dagelijkse routines ook hier kan voorzetten. Ondanks dat er dus geen grote veranderingen zijn, geeft deze voortzetting van routines mij wel een inzicht in het functioneren van een westerse stad.

Ondanks dat ik 300 kilometer verderop woon, verandert er dus niet veel. Ik ontmoet hier hetzelfde soort mensen, eet hetzelfde soort havermout en ontvang mijn indrukken van de stad voornamelijk door de studentenvereniging van Erasmus en mijn mede-studenten. Nu is het natuurlijk niet te verwachten om binnen een half jaar een minder oppervlakkig beeld van een stad te verkrijgen, maar het heeft ook te maken met mijn ruimtebeleving. Volgens Manual Castells zijn er twee soorten ruimtebeleving; de ruimte van plaatsen en de ruimte van stromingen (‘flows’). De eerste is een concrete vorm van ruimtebeleving, de plaats waar je je bevindt, je geografische omgeving. De tweede ruimtebeleving is echter veel abstracter, stromen van informatie, geld, goederen en mensen zijn niet verbonden aan een territorium, maar vormen allemaal hun eigen ruimte. Vooral de digitalisering van de wereld heeft ervoor gezorgd dat deze ruimte van stromingen soms een belangrijkere plaats kan innemen dan de ruimte van plaatsen. Als ik in Gent de behoefte heb om even met iemand te kletsen, kan ik ofwel iemand aanspreken in mijn ruimte van plaatsen of ik kan iemand skypen in de ruimte van mijn stromingen.

Het punt dat ik eigenlijk wil maken, is de paradox die de ruimte van stromingen voor mij oplevert op uitwisseling. Aan de ene kant heeft de digitalisering ervoor gezorgd dat heimwee een stuk minder wordt, je blijft op de hoogte van wat er ‘thuis’ gebeurt en kan al je vrienden nog spreken en zien. Maar je bent nu eenmaal op uitwisseling om onder andere een nieuwe stad te ontdekken. En met alle skype-afspraken, checken van facebook en het streamen van het nieuwe album van Fresku, verlies je de ruimtebeleving van de stad zelf. Nu is het niet zo dat beide ruimtes elkaar uitsluiten. Via Whatsapp kan iemand je wijzen op een hippe bar in de stad waar je dan diezelfde avond naar toe zal gaan. Die bar zit dan vol met mensen die via hun stromingen gewezen zijn op deze plaats, de stromingen bepalen de territoriale ruimtelijkheid. Maar hoe anders zou ik Gent beleven zonder deze tips? Zou ik dan een heel ander beeld van de stad krijgen? Of ligt het aan het feit dat deze ruimtebeleving van plaatsen nog te dicht bij mijn oude ruimtebeleving van plaatsen ligt? Allerlei vragen over ruimtebeleving, getypt vanaf een laptop in die ene hippe bar in Gent.

Dit artikel is geschreven door Lauren Heeremans

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *