Beijing: city of contrasts

Hoe ervaar ik China? Ik kan hier nog steeds geen antwoord op geven. Iedere dag kom ik nieuwe dingen tegen waarover ik me verbaas, opwind en fascineer. Mijn verblijf in Beijing heb ik vanaf het moment van aankomst als enorm dynamisch ervaren. Het eten, de omgangsvormen (die soms ontbreken), de hygiëne, maar ook een enorm rijke cultuur waar ik mij over blijf verwonderen.

Beijing is een stad van extremen. Op een van mijn eerste dagen in Beijing werd ik verrast door de compositie op Tian’anmen Square. Het was een regenachtige dag, wat naar mijn mening wel bij het grillige geheel paste. Tian’anmen Square, als het politieke, culturele en historische centrum van de stad laat deze dynamiek zien. Aan de noordkant is de Verboden Stad, op geen andere plek in de stad wemelt het zo van historie, pracht en praal, kortom hét plaatje van het keizerlijke China. Aan de westkant vind je de Grote Volkszaal, de zetel van het Nationaal Volkscongres, een statisch pompeus gebouw dat geopend werd in 1959, duidelijk geïnspireerd op Sovjet socialistische architectuur. Dit enorme contrast wat deze verschillende gebouwen laten zien, is naar mijn idee overal te vinden. In de sociale klassen, maar ook tussen het stadsleven en het leven op het platteland.

Het kwam voor mij als aangename verrassing dat onze professor van ‘Investing in China’ ons hierop wees. Hij drukte ons op het hart dat China meer is dan Beijing, het échte China vind je buiten de grote steden. Ik wist ook wel dat het stadsleven in Beijing enorm verschilt van het plattelandsleven, maar Beijing leek voor mij al zo alomvattend qua cultuur en samenleving.

Om hier zelf achter te komen heb ik zijn advies opgevolgd en ben ik afgelopen weekend naar Datong en Wutaishan in Shanxi provincie gegaan. De reis begon met een nachttrein waar de slaap cabines geen cabines genoemd kunnen worden en de Chinese mannen naast mijn bed stonden te roken. In principe was het een lange slaapzaal met 2 stapelbedden van 3 hoog. Eenmaal aangekomen in Datong was het ongelofelijk koud en mijn thermokleding van de Chinese Decathlon viel toch een beetje tegen. De Yungang Grottoes en de Pagoda of Fogong Temple stond die dag op de planning. De meeste toeristische attracties in Beijing worden bestormd door menig toerist, maar bij de Yungang Grottoes kwam mij een rust tegemoet die ik nog niet eerder had ervaren. De immens grote Boeddhistische grotten dateren uit de 5e en 6e eeuw en maken zelfs deel uit van de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

De volgende dag hebben we om 07:30 de bus gepakt richting Wutaishan. Het was een vier uur durende rit en kon goed gebruikt worden voor een siësta. Toen ik wakker werd bevonden we ons in de bergen met sneeuw en werd de weg geblokkeerd door een stel koeien. Het dorp lag in de vallei en de meest prachtige kloosters en tempels waren te vinden in de bergen. Toen we eenmaal de hoogste tempel in het klooster hadden bereikt, draaide ik me om en werd ik overweldigd door het uitzicht. Nú begreep ik pas wat mijn professor eerder had bedoelt. Het dorp representeerde het échte China. De rust, de traditie, het leven waar de oude man op zijn zeventigste nog steeds kolen sjouwt, de gastvrijheid van de lokale bevolking en de ietwat primitieve leefomgeving. Op de terugrit deelden we een taxi met een monnik die met de lokale chauffeur een babbeltje maakte en vervolgens een CD opzette met Boeddhistisch gezang.

Dit is China voor mij. Het land van de extremen, waarin een enorm diverse bevolking in staat is zich toch een eenheid te vormen. Mijn liefde voor China is alleen maar complexer geworden.

 

Dit artikel is geschreven door Laurien Bender

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *