Vluchtelingen uit Syrië: het zijn net mensen

In Syrië wordt al ruim vier jaar oorlog gevoerd. Deze benarde situatie (om het zacht uit te drukken) heeft ervoor gezorgd dat inmiddels bijna 4 miljoen Syriërs het land zijn ontvlucht. De Verenigde Naties spreekt dan ook over de grootste vluchtelingencrisis ooit. Inmiddels verblijven er ruim 1,1 miljoen vluchtelingen in Libanon, ruim 800.000 in Turkije en ruim 600.000 in Jordanië. En Nederland? Nederland heeft de afgelopen twee jaar maar liefst 500 Syrische vluchtelingen hergevestigd. Applausje, iemand?

Volgens het vluchtelingenverdrag is een vluchteling ‘’iemand die in zijn thuisland gegronde vrees heeft voor vervolging’’ en hierdoor moet vluchten. De meeste vluchtelingen trekken naar buurlanden om vervolgens terecht te komen in een vluchtelingenkamp, waar de condities vaak slecht en onveilig zijn. De UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, heeft daarom een programma waarbij vluchtelingen die niet veilig zijn in het gebied waar ze verblijven worden hergevestigd in een ander land. Nederland is één van de landen die zich heeft aangesloten bij dit programma. Deze ‘’uitgenodigde vluchtelingen’’ worden veilig naar Nederland gevlogen, waar zij onderdak en (taal)cursussen ontvangen. Zij krijgen begeleiding bij hun integratieproces en ontvangen een permanente verblijfsvergunning.

De afgelopen twee jaar heeft Nederland via dit programma 500 Syriërs hergevestigd. Dit lijkt misschien weinig, maar komt redelijk overeen met het Europese gemiddelde. Europa heeft in totaal 33.000 Syrische vluchtelingen uitgenodigd, waarvan 28.500 door Duitsland. Dit betekent dat 12 andere EU leden samen minder dan 5000 vluchtelingen hebben opgevangen.  De overige EU leden, waaronder het Verenigd Koninkrijk en Italië,  hervestigen geen enkele Syriër in hun land. Toch ligt het aantal Syrische vluchtelingen in zowel Nederland als Europa een stukje hoger. Naast de vluchtelingen die worden uitgenodigd door de regering, zijn er ook vluchtelingen die op eigen houtje naar Europa komen. Aangezien de grenzen van Europe flink worden bewaakt, gebeurt dit vaak via de ‘hulp’ van mensensmokkelaars. De wegen die naar Europa lijden zijn dan ook levensgevaarlijk. Vluchtelingen maken lange tochten door de woestijn en varen met gammele bootjes over de zee, om vervolgens illegaal de grens te overschrijden. Niet iedereen overleeft de tocht. In 2013 en 2014 hebben in totaal 123.000 Syrische vluchtelingen asiel aangevraagd in Europa; ongeveer 12.000 daarvan deden dit in Nederland.

Als er bijna vier miljoen Syrische vluchtelingen zijn, steekt het aantal Syrische vluchtelingen in Nederland dan niet een beetje magertjes af? Waarom worden er hier zo weinig vluchtelingen opgevangen? Er heerst een zekere mate van consensus dat het opvangen van vluchtelingen in buurlanden de beste aanpak is. Dit maakt de kans op een succesvolle terugkeer groter en dit is goedkoper en tevens beter voor het milieu. Daarnaast worden vluchtelingen niet totaal uit hun eigen cultuur gerukt, maar blijven ze in een voor hen, min of meer, vertrouwde omgeving. Westerse landen zijn er over het algemeen niet vies van om de vluchtelingenkampen in buurlanden grotendeels te financieren. Er kan niet beweerd worden dat Nederland niet ‘gul’ is geweest: de afgelopen jaren ging er meer dan 100 miljoen euro naar de opvang van Syrische vluchtelingen. Echter, de financiële hulp is lang niet genoeg.

Vanwege de grootte van de vluchtelingencrisis hebben de buurlanden van Syrië het zwaar. Heel zwaar. In Libanon is inmiddels één op de vier bewoners een Syrische vluchteling. Dit is te vergelijken met een plotselinge toestroom van 88 miljoen vluchtelingen naar de Verenigde Staten, of een toestroom van ruim vier miljoen vluchtelingen naar Nederland. Logischerwijs zorgen de enorme vluchtelingenstromen voor problemen in de buurlanden, die de grote toestromen van vluchtelingen amper aankunnen. Ongeveer twee miljoen vluchtelingen zijn afhankelijk van voedselhulp, een derde heeft zich moeten vestigen in ondermaatse woningen (zoals garages, tenten en schuren) en 600.000 kinderen kunnen niet naar school. Het overgrote deel van de Syriërs heeft grote moeite rond te komen in hun nieuwe woonplaats. Daarnaast zakken de economieën van de buurlanden steeds meer in en stijgt de inflatie. Ondertussen deelde VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra recent nog zijn angst voor het ontwrichtende effect die de vluchtelingenstromen zullen hebben op de Nederlandse samenleving. Niet in Libanon of Jordanië, néé, in Nederland. De ironie druipt er vanaf.

Inmiddels laat Libanon bijna geen Syriërs meer toe: de maat (en misschien ook wel het land) is vol. Ook Jordanië en Turkije worden steeds minder gastvrij. Het komt regelmatig voor dat Syriërs terug worden gestuurd, terug naar een brute oorlog die al honderdduizenden mensen het leven heeft gekost. Het wordt steeds duidelijker dat de opvang overlaten aan buurlanden in dit geval niet langer haalbaar is. De UNHCR roept dan ook op tot meer internationale solidariteit, specifiek uit Europa. Nu buurlanden de vluchtelingenstromen niet meer aankunnen, is de nood hoger dan ooit. Syriërs moeten ergens heen kunnen. Een flinke smak geld geven is niet langer genoeg. Echter, de houding in Europa blijft hetzelfde. De grenzen blijven zo gesloten mogelijk, waardoor Syrische vluchtelingen alleen op ingewikkelde en gevaarlijke manieren Europa kunnen binnenkomen. Ook het aantal vluchtelingen dat door Europa wordt uitgenodigd blijft laag. Helaas vaart Nederland geen andere koers dan Europa op dat gebied: eind 2014 werd een motie voor de hervestiging van 250 extra Syriërs in Nederland niet aangenomen.

Het is niet zo dat we niks doen in Europa of in Nederland. Maar écht tot het gaatje gaan, nee, zo kun je het niet noemen. Nederland kan echt wel meer dan 500 Syriërs uitnodigen om hier te verblijven, maar we kiezen ervoor dit niet te doen. We zitten nou eenmaal niet te wachten op meer Syrische vluchtelingen. Zelfs 250 extra Syriërs een plekje geven in de Nederlandse samenleving is ons te veel. Wat zegt dat over ons? Misschien, heel misschien, moeten wij iets minder denken aan ons eigen belang en wat meer aan het belang van de Syrische mensen. Want dat zijn vluchtelingen tenslotte: mensen. Iedere ochtend worden zij wakker onder het licht van dezelfde zon als wij, en iedere nacht gaan zij slapen onder het licht van dezelfde maan als wij. Zeer letterlijk ook, aangezien een groot deel van de vluchtelingen geen fatsoenlijk dak boven hun hoofd heeft.

Filosoof Kominsky zei ooit: “Let us have but one end of the view: the welfare of humanity”. Maar de mensheid redden, dat willen wij helemaal niet. Of misschien willen we dat wel, zolang het maar niet ten koste gaat van onze eigen ‘mensheid’. Want inderdaad, Syrische vluchtelingen zijn ook maar mensen. Maar het zijn niet ónze mensen. Het zijn geen Nederlanders, geen Europeanen, geen westerlingen. Wij willen best ons chequeboekje voor ze openen, want hé, zo slecht zijn we nou ook weer niet. Maar er voor zorgen dat wat meer Syriërs veilig worden opgevangen en zodoende niet meer hoeven te leven in een brute oorlog? Dat kan natuurlijk niet. Nederland is immers al vol genoeg.

Rebekah Simmons is 18 jaar en studeert Politicologie en Culturele Antropologie en Ontwikkelingssociologie. Ze is het aller gelukkigst met een backpack op haar rug in een vreemd land.