Waarom ik niet de politiek in wil

Geschreven door Jasper Opsomer

Ze stellen altijd dezelfde vraag. Elke student politicologie heeft hem zeker een paar keer voorbij horen komen. “Dus jij wilt de politiek in?” – vraagt tante Wilma, nadat ze erachter is gekomen wat ik studeer. “Ik moet er niet aan denken!” – zeg ik in gedachten. Jarenlang keihard werken en 60-urige werkweken draaien voor een baas die nooit tevreden is: het Nederlandse volk. Al die niet gewaardeerde arbeid is nog maar een fractie van het verhaal, er komt ook bij dat alles jouw schuld en probleem is.

De maatschappij is de laatste jaren namelijk hevig gepolitiseerd. Waar vroeger, in ons heerlijk verzuilde kikkerlandje, de maatschappij zichzelf nog kon corrigeren, komt nu alles op het bordje van de politiek. Terwijl vroeger mensen met autoritaire functies zoals leraren en agenten de ruimte kregen om hun werk te doen, is er nu over al die functies een debat gaande. Zodra er iets vervelends gebeurd of zodra iemand een probleem heeft, wordt de politiek geacht te handelen. Gedragen onze kinderen zich niet? Dan voeren we de zoveelste hervormingen in het onderwijs door. Of we investeren, in het onwaarschijnlijke geval dat we ergens geld over hebben, extra in jeugdzorg. De opvoeding van kinderen is immers een Haagse verantwoordelijkheid. Hebben we last van de buurjongen wiens oma half Oezbeeks is? Dan schreeuwen we mee over een integratieprobleem. Kortom, als politicus heb je 17 miljoen problemen. Als ik zie hoe intens mijn familie tegenwoordig over ‘politieke’ kwesties kan discussiëren, gruwel ik van het idee om later voor hen een aanspreekpunt over alle maatschappelijke ergernissen te zijn. Voor hen, én nog duizenden anderen.

“Ik denk het niet, tante.” – zeg ik en probeer mijn verhaal uit te leggen. Aan haar wazige blik zie ik dat ze het niet helemaal begrijpt. “Dus ik zit hier niet naast de nieuwe Mark Rutte?” – vraagt oom Boris jolig. Mark Rutte is 47 en single. Daar ligt direct mijn volgende probleem met een politieke carrière; het gezinsleven lijkt er nogal onder te lijden. Hoeveel politici hebben we al niet zien afhaken omdat ze meer tijd aan hun gezin wilden besteden? Alleen Diederik Samsom leek het allemaal wél te kunnen managen, hij showde zijn gelukkige gezinnetje zelfs in een televisiespotje in aanloop naar de Kamerverkiezingen van 2012. Helaas sloeg voor hem ook het noodlot toe en maakte hij minder dan een jaar later bekend te gaan scheiden.

Ik geloof dat een stabiel gezinsleven en de sociale cohesie die het meebrengt belangrijke onderdelen van een gezonde samenleving zijn. Het zou dus hypocriet zijn mijn eigen gezinsleven de grond in te boren ten koste van politieke ambities. Die hypocrisie is de laatste en misschien wel belangrijkste reden dat ik niet in de politiek thuishoor. Want hoeveel van je idealen zijn er aan het einde van de rit nog over? En hoeveel bestuurlijke visies kan een politicus uitoefenen zonder zich van zijn kiezers te vervreemden?

In het Nederlandse kiesstelsel is er namelijk sprake van tegenstrijdigheid. De bestuurders van Nederland worden gekozen op basis van hun charisma en beloften, niet op hun bestuurlijke vaardigheden. Job Cohen, hoewel niet door allen geliefd, had succes als bestuurder van Amsterdam. Zijn door nuance veroorzaakte gestotter bleek hem echter fataal in de verkiezingsstrijd. In deze strijd sneuvelen de technocratische kandidaten en blijven de klagers, charmeurs en verdraaiers staan.

Een inherent probleem van de Nederlandse politiek is dat het landelijke bestuur elke vier jaar wordt verkozen. Kiezers zijn retrospectief en kijken vooral naar de (gevolgen van) de meest recente maatregelen van politici. De politici, die allemaal op herverkiezing hopen, worden hierdoor gedwongen tot maatregelen met snel resultaat. Een visie voor de lange termijn lijkt te ontbreken. Zij die als bestuurder toch nog wat goeds voor de maatschappij willen doen, worden beticht van zoiets als verkiezingsfraude door mensen die niet snappen wat een consensus democratie inhoudt. De geroepen beschuldiging wordt hierna door de catchphrase-geile media uiteraard gortig en klakkeloos overgenomen.

“Dus nee, oompie.” – eindig ik mijn relaas plagerig. “Ik zie de politiek niet zo zitten.” Er valt een stilte op het verjaardagsfeestje, terwijl iedereen mijn gepassioneerde speech laat bezinken. Tante Wilma kijkt wat beteuterd. “Wie moet nu het vuilnis-probleem bij ons in de straat oplossen?” – kan ik haar bijna horen denken. “Maar…?” – zegt oma uiteindelijk met een verontruste gezichtsuitdrukking, “- wat wil je dan wel worden?” Tsja oma, dat is een héle goede vraag.

One Comment on “Waarom ik niet de politiek in wil”

Comments are closed.