De eeuwige stagiair

Veertig uur per week werken voor honderd euro in de maand is niet helemaal waar je op hoopt na een academische studie. Toch staat dat op dit moment veel afgestudeerde academici te wachten. Om aan een baan te komen is werkervaring nodig en voor werkervaring een baan. De oplossing: een stage. En zo hebben op dit moment duizenden afgestudeerden, onder het mom van een stage, een fulltimebaan die vrijwel niks betaalt.

Een stage kan van grote toevoegende waarde zijn voor een studie. Je bouwt werkervaring op, went aan het werkritme en doet veel contacten op. Bij sollicitaties staat een stage dus goed op je cv. Ook voor bedrijven is het gunstig: voor weinig geld krijgen zij een hoogopgeleide arbeidskracht die misschien nog wat moet leren, maar al vrij veel verantwoordelijkheden aan kan. Volgens Gertrud van Erp, van werkgeversorganisatie VNO-NCW, is het dan ook een ‘win-winsituatie’ (Volkskrant, augustus 2013).

Maar is dit wel een win-winsituatie? Ja, wanneer je de vrije ruimte van je studie kunt benutten voor een stage heeft dit voordelen voor beide partijen. Maar niet wanneer je afgestudeerd bent. Dan schiet de balans van het voordeel door naar de bedrijven. Afgestudeerden zijn klaar voor de arbeidsmarkt, maar kunnen geen baan vinden. Ze voelen zich gedwongen dit ‘gat’ in hun cv op te vullen en nemen dus maar een stage aan. Bedrijven spelen handig in op deze slechte arbeidsmarkt: waarom een dure arbeidskracht aannemen, als dit ook een gratis stagiair kan zijn? Dit leidt ertoe dat academici dezelfde taken uitvoeren als hun collega’s, maar voor een fractie van hun salaris. Het leerproces, dat belangrijk zou moeten zijn in een stage, speelt vrijwel geen rol meer. Daarnaast kan het ertoe leiden dat mensen die nog wél studeren juist moeilijker aan een stage komen.

Dit klopt niet. Stages zijn bedoeld als leerplek voor studenten, niet om afgestudeerden uit te buiten. Bedrijven moeten hierop aangesproken worden. Het gebied tussen leren en werken is grijs en heeft duidelijke richtlijnen nodig. De arbeidsinspectie, die op dit moment andere prioriteiten stelt, zou hier scherper op moeten controleren (EenVandaag, november 2013). Het is te makkelijk om te zeggen dat dit ‘na de crisis wel weer bijtrekt’, zoals van Erp stelde in 2013. Het is inmiddels 2015 en de situatie is onveranderd. Afgestudeerden die fulltime werken, horen beloond te worden naar wat ze waard zijn. Dit verdient prioriteit. Zodat we niet studeren om ‘eeuwige stagiair’ te worden en onterecht de bijstand in te gaan, of weer thuis te moeten wonen. En zodat de huidige studenten wél een stage kunnen vinden. Zodat banen weer banen zijn, en stages gewoon stages.

Dit artikel is geschreven door Roos Lankhorst.

Bronnen

Engelen, L. van. Geen baan? Dan maar een stage. Volkskrant, 8 augustus 2013.

Uitzending EenVandaag, 4 november 2013.